In
een verleden tijd had de stad Oudenaarde vier muzikanten in dienst:
drie fluitspelers en één klaroenspeler. Ze speelden tijdens
processies, bij feestelijkheden en bij de hernieuwing van de
stadsmagistraten. Bij deze gelegenheid nodigde de stad hen uit op
een groot banket dat georganiseerd werd ter gelegenheid van de
verkozenen.
Tijdens
sommige religieuze ceremonies speelden de fluitspelers van de stad
eveneens in de Sint-Walburgiskerk. De klaroenspeler las, na zijn
klaroengeschal, de stadsakten voor. Dit was een noodzakelijke
formaliteit om de officiële beslissingen die genomen werden door de
stadsmagistraten wettelijk in voege te doen gaan.
Soms
gebeurde het dat tijdens publieke bijeenkomsten ook andere
instrumenten, zoals de hobo, de dwarsfluiten vervingen.
De
stad bekostigde de kledij van haar stadsmuzikanten: een groen kostuum
bestaande uit een vest en een broek. Een hoed met omhooggeplooide
boorden afgewerkt met een zilveren wapenschild met de stadswapens
maakte het geheel compleet.
De
stadsmuzikanten ontvingen slechts een bescheiden loon, maar ze kregen
een bonus voor hun publieke prestaties.
De
functie van stadsmuzikant verdween waarschijnlijk op het einde van
het oude regime: op het einde van de achttiende eeuw maken de
stadsrekeningen geen melding meer van bekostiging van dergelijke
muzikanten.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten