zondag 4 november 2012

Een kruisvaarder


Op het einde van de 11de eeuw ontstond, na een oproep van Paus Urbanus II, in Europa één en hetzelfde gevoel: het verlangen naar Jeruzalem te gaan en er het graf van Jezus-Christus te bevrijden.

In Oudenaarde, net als elders, verenigde men zich. In 1096 nam men het kruis op en ging men op weg onder leiding van de jonge Arnold, zoon van de Heer van Oudenaarde.

Deze groep sloot zich in Constantinopel aan bij het leger van kruisvaarders, met wie ze het land van Sauria en Cilicië (beiden gelegen in het huidige Turkije) doorkruiste, met wie ze getuige was van de inname van Antiochië, met wie ze de overwinnig op de Sarrazijnse emir Korboya behaalde, en met wie ze uiteindelijk de heilige stad bezette, tussen de poort van Herodes en deze van Cedar. Toen de stad viel, drongen de Oudenaarders haar binnen met het grootste deel van het leger.

Na de inname van Jeruzalem keerden de meesten van de ridders die deze expeditie overleefd hadden terug naar hun thuishaven. Arnold van Oudenaarde bleef echter ter plaatse.

In 1106, na de slag van Rama, zocht Arnold in de vlaktes van Ascalon naar zijn schildknaap die zich verwijderd had van het kamp van kruisvaarders. Hij viel er echter in een nederlaag en liet er het leven.

Drie dagen na zijn dood brachten de Musulmanen zijn hoofd naar het kamp van de kruisvaarders. Een brief vergezelde dit lugubere geschenk: « ...dat de dood van degene van van wie we het hoofd terugsturen ons een overwinning oplevert... »

Het lichaam van de onfortuinlijke held van Oudenaarde werd weinig later teruggevonden in de kampen van de Arabieren en werd overgebracht naar Jeruzalem. Men begraafde het stoffelijk overschot in de Onze Lieve Vrouwekerk in de vallei van Josaphat.





Geen opmerkingen:

Een reactie posten